Nieuws
13 oktober 2011 - Nationaal Rapporteur Mensenhandel presenteert eerste rapportage Kinderpornografie
Vanaf oktober 2009 rapporteert de Nationaal Rapporteur Mensenhandel (NRM), Corinne Dettmeijer-Vermeulen, niet alleen over de aanpak van mensenhandel maar ook over die van kinderpornografie. Op 12 oktober is de rapportage Kinderpornografie aangeboden aan minister van Veiligheid en Justitie en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. En de rapportage bevat een aantal pittige conclusies. De kernboodschap is dat kinderen recht hebben op bescherming tegen alle vormen van seksueel geweld. Dan gaat het om seksueel misbruik, maar ook om het maken, verspreiden of bekijken van beeldopnamen daarvan. Voor veel kinderen, maar ook voor veel van de daders, vormen het analoge en het digitale domein één wereld. Seksueel geweld tegen kinderen, waaronder ook kinderpornografie, komt in beide domeinen voor. De aanpak van kinderpornografie moet beide werelden bestrijken en verbinden. En een geïntegreerd onderdeel vormen van een brede aanpak van seksueel geweld tegen kinderen. Interventies zijn daarbij niet alleen nodig op het vlak van de repressieve aanpak, maar ook ten aanzien van preventie, signalering en registratie, toezicht op de daders, en hulp aan slachtoffers. Vanwege de grote betekenis van de digitale techniek, is ook publiekprivate samenwerking onontbeerlijk.
Preventie en hulpverlening nog onvoldoende digibewust
Het digitale tijdperk kenmerkt zich door de enorme omvang van (vrij toegankelijke) data. Dat is niet anders voor kinderpornografie. De exponentiële groei van kinderpornografisch materiaal op internet en de onbeheersbare omvang betekenen dat een louter repressieve aanpak vanuit justitie voor dit probleem nooit voldoende kan zijn. Preventie en signalering kunnen en moeten een bijdrage leveren. Een integrale aanpak is derhalve een voorwaarde.
Op internet vindt ook seksueel geweld tegen kinderen plaats. Naast de beschikbaarheid van kinderpornografie worden op en via het internet tiener meisjes geronseld door loverboys en benaderen pedofielen kinderen met seksuele bedoelingen. Duidelijk is dat alleen repressieve middelen kinderen geen effectieve bescherming bieden tegen seksueel geweld. Er bestaan weliswaar programma's op het gebied van preventie, signalering en hulpverlening aan slachtoffers, maar hierin ontbreekt een digitaal perspectief. Ook is er nog geen expertise over het omgaan met trauma's die het gevolg zijn van de permanentie van de misbruikbeelden op internet.
Voor de huidige generatie kinderen is de scheiding tussen de analoge en de digitale wereld diffuus. Wil de overheid kinderen beschermen tegen seksueel geweld op internet dan moet het kind centraal staan. Voor een effectieve bestrijding moet de overheid, VWS, V&J en EL&I, digi-bewust, digi-bekwaam en digi-bereikbaar zijn.
De overheid kan het niet alleen: publiekprivate samenwerking een must!
Internet is bij uitstek het medium waarin kinderpornografie een hoge vlucht heeft genomen. Omdat internet voor de overheid niet is te beheersen, is samenwerking met private partijen, ngo's en de internetgemeenschap hard nodig. Publiekprivate samenwerking zou (opnieuw) binnen een platform kunnen worden geborgd. Hierin zou een heldere richting voor samenwerking moeten worden ontwikkeld. Het optimaliseren van de huidige notice-and-takedownregeling kan hiervan onderdeel zijn.
Het belang van het bestaan van overlegorganen waar relevante partijen bijeenkomen is enorm van belang. Een centraal punt zou tevens aanspreek -en verzamelpunt kunnen zijn voor publiekprivate samenwerkingsverbanden en best practices uit het buitenland. Het Platform Internetveiligheid van ECP-EPN waar de werkgroepen blokkeren van kinderporno en notice and takedown onder vallen is een voor de hand liggende keuze om publiekprivate samenwerking richting te geven.
Onderzoek Digitale kloof in het bedrijfsleven
MIA Mijn internet Assistent
Wachtwoord Wissel Week
Herkenningswijzers Digivaardigheid
